Algemene informatie

Ons onderzoek kijkt naar de relatie tussen antibioticagebruik en cognitieve reactiviteit, en welke rol het microbioom en immuunsysteem hierbij spelen. De cognitieve reactiviteit is de mate waarin negatieve gedachten en attitudes volgen op een stressvolle situatie. Onderzoek heeft aangetoond dat de cognitieve reactiviteit hoger is bij (herstelde) depressieve mensen dan bij gezonde mensen. Daarnaast kan de cognitieve reactiviteit ook voorspellend zijn voor het eventueel ontwikkelen van depressies. 

Nu vraagt u zich misschien af: wat heeft dit met antibiotica te maken? Antibiotica verlaagt de diversiteit van de micro-organismen in je darmen (daar heeft u er zo’n 100 biljoen van!), wat vervelende gevolgen teweeg kan brengen. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat antibiotica de kans op het krijgen van depressie en angststoornissen laat toenemen (en dus waarschijnlijk de cognitieve reactiviteit ook). Verder spelen ook cytokines een grote rol in dit proces. Cytokines zijn moleculen die ontstekingen kunnen afremmen en bevorderen. Bij mensen met een depressie zijn er meer ontstekingsbevorderende cytokines dan bij gezonde mensen. Daarnaast blijken de micro-organismen in je darmen (het microbiota) een sterke interactie te hebben met cytokines. 

Wat willen wij nou precies onderzoeken?

Wij willen kijken of antibiotica inderdaad, zoals wij voorspellen, de cognitieve reactiviteit verhoogt bij gezonde mensen. Daarnaast kijken we welke rollen microbiota én cytokines hierbij spelen. Met dit onderzoek willen wij ons steentje bijdragen aan het groeiende onderzoek naar de darm-brein as. Daarnaast is de prevalentie van mensen met een depressie torenhoog. Met ons onderzoek willen we inzicht geven in de rol die de darmen en het immuunsysteem (cytokines) hebben in het (mogelijk) faciliteren van depressie en angststoornissen. 

Hoe gaan we ons onderzoek aanpakken? Proefpersonen zullen een aantal vragenlijsten invullen en een werkgeheugentaak uitvoeren, die ons onder andere inzicht geven in de mate van cognitieve reactiviteit. Daarnaast vragen wij de proefpersonen om een speeksel- en ontlastingsmonster te verzamelen. Het speekselmonster sturen wij op naar een lab in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), die gaat analyseren hoeveel ontstekingsbevorderende cytokines er in het speeksel aanwezig zijn. Het ontlastingsmonster sturen wij op naar het bedrijf MyMicroZoo, die de hoeveelheid en diversiteit van de aanwezige darmbacteriën gaat onderzoeken. Na deze analyses krijgen wij deze data opgestuurd, waarna wij deze data gaan koppelen aan de resultaten van de vragenlijsten en de werkgeheugentaak. Vervolgens zullen wij deze data verder gaan analyseren, met de belangrijkste vraag: wat zijn de verschillen tussen de groep die recent antibiotica heeft gebruikt en de groep die recent geen antibiotica heeft gebruikt? Nadat de analyse is afgerond, zullen wij de resultaten op deze website delen.